Bergambacht - Op vakantie in Garderen, als kind, maakte Fred van Wijnen (59) het begin van wat we nu agro-toerisme noemen mee. Hij wilde boer worden. Later zag hij de vrijheid van de boer afkalven, en werd socioloog en journalist. Hij volgt de ontwikkeling van het platteland met grote betrokkenheid.
Sinds drie jaar verschijnen er van zijn hand columns in de Goudsche Courant, waarin hij het tegenwoordige boerenleven in Nederland beschrijft.
In 2001 is van de eerste vijftig verhalen een bundel verschenen, het afgelopen najaar een vervolg daarop, bij BZZTôH, wat zich nu in een herdruk mag verheugen. Van Wijnen noemt zijn boekjes ‘Modern Boeren en ‘Modern Boerenleven’ bundels mijmeringen en overpeinzingen.
Zijn laatste boek ‘Vergezicht dichtbij,’ is een geschreven portret van acht boerenfamilies. In opdracht van de provincie Zuid-Holland heeft Fred van Wijnen samen met fotografe Wijnanda Deroo een inzichtelijk en mooi ogend boek kunnen maken over de Krimpenerwaard.
Van Wijnen komt op voor de Nederlandse boer als het multifunctionele, realistische en intelligente product van een keihard verleden. De moderne boer heeft verstand van cultuurgeschiedenis, de veestapel wordt digitaal in de gaten gehouden, en de politiek wordt actief gevolgd.
Fred van Wijnen wéét wat plat land tot ‘het platteland’ maakt. Het is De Boer. Nederland wil boeren als teddybeer. Maar Nederland wil geen museum-boer. De boer, met zijn vrouw natuurlijk, moeten zeven dagen in de week ‘smorgens vóór dat wij dat doen, opstaan, om te melken. Ze moeten zelf kaas maken, en die koe moet in de wei. We willen er kamperen, een rondleiding, een ‘video-excursie,’ en de Randstadter wil graag met de boer mee uit ‘struinen in de polder.’
De overheid wil de weidegebieden graag in stand houden óf ruimte geven aan de terugkeer van het oorspronkelijke moerassig struweel. Projectontwikkelaars, zien wel brood in toeristische kano- fiets- en wandelroutes, educatiebos, polderspel, landart of wegsaneren van oude boomgaarden om plaats te maken voor luxe paardenbakken. Onder het mom van cultuurhistorisch behoud wil men het gebied recreatief uitbuiten.
“Er is niets geregeld,” briest van Wijnen. “Het Groene Hart is een prachtig stadspark geworden, uniek in de wereld. Dat ‘De Boer ‘moet wennen aan het idee dat hij geen zelfstandig ondernemer is maar van A tot Z gestuurd door de dwingelandij van de burger, is het prijsje wat hij voor zijn landelijk uitzicht moet betalen, en hij moet zich voegen in de behoeftes van de naar het massaal naar het platteland opgerukte burgers. Daardoor is het gebied van bestemming veranderd van agricultuur naar cultuur. De regelgeving rookte de boer uit. De milieuwetgeving legde hem de ketting om, waardoor hij zijn zelfstandigheid heeft verloren. Alleen als de overheid het gebrek aan mogelijkheden compenseert kan ‘De Boer’ blijven bestaan.”